
Klein Vaarbewijs 3 von 8: Lichter und Tageszeichen
25 Min. Ruhig
Ein Fahrzeug nachts oder bei schlechter Sicht lesen. Navigationslichter, was ein Schlepper oder eine Fähre zeigt, und die tagsüber gezeigten Tageszeichen.
Op het water lees je andere vaartuigen af zoals je een zin leest: het begint met één detail en pas daarna vormt zich een beeld. Wie 's avonds op een drukke rivier vaart, ziet een witte lamp boven een rode, of misschien twee witte lampen achter elkaar, en moet in een paar seconden bepalen wat er nadert en vanuit welke hoek. Het verschil tussen een duwstel en een sleep, of tussen een veerboot en een vrij varend schip, zit in combinaties van lichten die elk een vaste betekenis dragen, verankerd in internationale en binnenvaartregels.
Overdag neemt een zwarte bol aan de voormast die rol over. Een kegel met de punt naar beneden, een cilinder, een ankerkogel: elk van deze vormen vertelt omstanders iets over wat een schip op dat moment doet of niet kan doen. Wie de logica achter die signalen begrijpt, hoeft ze niet uit het hoofd te leren. Ze worden vanzelf herkenbaar, op het moment dat het er toe doet.
Lerne die grundlegenden Navigationslichter: Seitenlichter, Hecklicht, Topplicht und die Winkel, die sie abdecken.
Vorschlag: Skizziere ein Boot von oben mit den Lichtsektoren.Lerne die Lichter der Fahrzeuge, denen du auf niederländischen Gewässern begegnest: Schleppen, Schieben, Fähren, Bagger, ankernde Fahrzeuge.
Vorschlag: Ein Fahrzeugtyp pro Lernkarte.Gehe die Tageszeichen durch: Kugel, Kegel, Zylinder, und was ein in seiner Manövrierfähigkeit eingeschränktes Fahrzeug zeigt.
Vorschlag: Sage laut, was du tun würdest, wenn du jedes Zeichen siehst.Verstehe Schallsignale: ein kurzer, zwei kurze, fünf kurze Töne und die Nebelsignale.
Vorschlag: Zähle die Töne laut mit.Zehn Übungsfragen zu Lichtern und Tageszeichen.
Vorschlag: Hier werden die meisten Punkte verloren. Nächste Woche wiederholen.
Als Nächstes
Klein Vaarbewijs 4 of 8: Veiligheid aan boord
Verwandte Playbooks
Klein Vaarbewijs 8 van 8: Kaarten, getijden en open water
De stap naar Klein Vaarbewijs 2. Een zeekaart lezen, een koers uitzetten, kompas, getijden en stroming op de Wadden en de kust.
Klein Vaarbewijs 7 of 8: Weer, wind en water
Windkracht, golven op een meer, onweersbuien en het lezen van een weerbericht voordat je vertrekt. Het water is een heel andere plek bij Beaufort 5.
Klein Vaarbewijs 6 van 8: Knopen, aanleggen en manoeuvreren
De zes knopen die je elke dag gebruikt en hoe je een boot zonder drama langszij brengt bij wind en stroom.
Klein Vaarbewijs 5 van 8: Motor, brandstof en techniek
Hoe een buiten- of binnenboordmotor werkt, wat je controleert voor het starten, schroefeffecten en waarom boten niet sturen zoals auto's.
Klein Vaarbewijs 4 of 8: Veiligheid aan boord
Wat er aan boord moet zijn, wat te doen als iemand overboord gaat, brand, en de controles voordat je de ligplaats verlaat.
Klein Vaarbewijs 2 van 8: Boeien, tekens en waar je mag varen
Rood en groen, kardinalen en het SIGNI-stelsel. Hoe tekens je vertellen waar de vaargeul is en aan welke kant je ze moet houden.
Klein Vaarbewijs 1 van 8: Regels op het water
De Nederlandse binnenvaartregelgeving (BPR) die elke schipper moet kennen. Wie geeft voorrang, hoe je inhaalt, en wat de borden langs de oever je vertellen.
von PlayTryBe team